Ventilatie of luchtverversing is het vervangen van de lucht in een ruimte, die om wat voor reden dan ook vervuild of verontreinigd is, door zuivere lucht. Het vervangen van de lucht kan op natuurlijke manier of mechanisch gebeuren of zoals hieronder genoemd, ongecontroleerde en gecontroleerde ventilatie.

Ongecontroleerde ventilatie

Bij de meeste woningen gebeurt de ventilatie in meerdere of mindere mate ongecontroleerd (infiltratie / exfiltratie), het ventilatiedebiet kan niet ingesteld worden. Doordat de wind in kieren en spleten waait, ververst de lucht. Dit zorgt in vele gevallen voor overbodige ventilatie, een onaangenaam binnenklimaat en dus ook voor warmteverliezen. Men kan dit verminderen door tijdens het bouwen en onderhoud aandacht te besteden aan luchtdichtheid. Meestal wordt daarvoor een dampscherm geplaatst tegen de isolatie. Men dient rekening te houden met de vochthuishouding: als de warme vochtige binnenlucht kan doordringen tot in de isolatie zal deze lucht afkoelen naarmate de buitenmuur benaderd wordt, waardoor er condensatie kan optreden die de isolatiewaarde weer doet verminderen en is een dampdichte laag nodig om het damptransport te verminderen. Om dit makkelijker te onthouden zijn de damp-remmende folies meestal rood (warm; binnenkant) en de damp-open folies blauw.

Gecontroleerde ventilatie

Bij gecontroleerde ventilatie is het debiet (hoeveelheid lucht per tijdseenheid) instelbaar.

Natuurlijke ventilatie

Natuurlijke ventilatie vindt plaats via roosters in ramen en gevels, verder via geopende ramen of via af- en toevoerkanalen. Door het meer of minder openen of sluiten van deze roosters en ramen is het mogelijk de natuurlijke ventilatie naar behoefte te regelen. Deze methode is nog steeds de meest gezonde omdat de verse lucht rechtstreeks in de leefruimtes wordt toegevoerd. Dit systeem heeft ook een positieve invloed op de EPC-berekeningen omdat het geen elektrische energie verbruikt. Daarentegen gaat meer warmte (energie) verloren dan bij balansventilatie met warmteterugwinning.

Mechanische ventilatie

Het debiet kan geregeld worden door een ventilator met instelbaar toerental, de snelheid van een ventilator kan geregeld worden door een sensor. Het meest voorkomend zijn de sensoren die de concentratie CO2 of de relatieve vochtigheid meten, vergelijken met een ingestelde waarde en zo de ventilator aan of uitschakelen. De regeling op basis van CO2-meting werkt in de meeste gevallen beter omdat deze concentratie beter de 'versheid' van de lucht beoordeeld. Dit wordt een VAV (variabel volume systeem) genoemd.